Nieuwsarchief
 
Nieuwsarchief
 
Klas 1A herdenkt Nederlands-Indië
Bericht geplaatst op: 25-5-2010

Naar aanleiding van de herdenking en viering van respectievelijk 4 en 5 mei hebben de leerlingen van 1A gevraagd of de moeder van hun mentor (mw. Gelink) hen meer zou kunnen vertellen over de oorlog in Nederlands-Indiё, omdat zij daar toen woonde.
De leerlingen hebben aandachtig naar haar verhaal geluisterd, vragen gesteld en aantekeningen gemaakt, die zij later die dag hebben uitgewerkt tot een verslag voor in hun Vatelmap. De verslagen zijn allemaal heel goed gemaakt!
 

 

Hieronder een kleine selectie:

Oorlog Nederlands-Indiё door Janice

Charlotte Gelink was 14 jaar oud toen de oorlog begon. De oorlog begon iets later dan de 2e wereldoorlog in 1942. Zij woonde in de stad Meester Cornelis (Java). Op dat moment had zij niet door hoe gevaarlijk de oorlog was. Zij was niet bang, voor haar ging het leven gewoon door. Ze hadden wel minder eten, dat merkte ze wel, maar echt honger hadden ze niet.
Haar huis was heel groot, vooral de tuin. Daar hebben ze ook een schuilkelder gebouwd, want in de tuin viel die niet echt op. Terwijl er oorlog in Europa was, bouwde de familie van Charlotte alvast schuilkelders. Ze bereidden zich voor op de oorlog daar. De schuilkelder was gebouwd van aarde. Ze groeven een groot gat in de tuin, helemaal achterin. Het was niet zo groot, maar je kon er wel blijven totdat de Japanners weer weg waren. Charlotte moet op een gegeven moment ook zelf les geven aan alle andere kinderen. Dus ze moest stiekem aan lessen en ander materiaal komen. Later werd zij ook juf.
Als zij naar de schuilkelder moesten, dan ging er een sirene af. Dan hadden ze een trommeltje bij zich, waarin spelletjes, koekjes en wat te drinken zat. Terwijl ze dat op aten en speelden, hadden ze niet door dat ze dat eigenlijk nodig hadden omdat het oorlog was.
Als er een bombardement was, dan moesten ze een rubberen dingetje in hun mond, waardoor hun kaken niet op elkaar klapten, want dat deed erg zeer.
Mevrouw Gelink ging voorgoed naar Nederland toen ze 27 jaar was.
Later heeft ze nog een boek geschreven met allemaal andere vrouwen over die tijd. “DE SMAAK VAN VERLANGEN”. Daarin stonden dingen waarover de vrouwen in die tijden over na dachten en naar verlangden. Ze kwam ook nog in de krant.

Maurice schreef:

Vandaag kwam de moeder van onze mentrix op school om te vertellen over de tweede wereld oorlog in Nederlands Indiё. Ze vertelde dat ze in Indiё een groot huis had. De eigen bedienden hadden een schuilkelder gemaakt.
De oorlog in Indiё duurde van 1942 tot en met 1945, dat is dus 3 jaar. Ze vertelde dat ze niet bang was voor de oorlog en het eigenlijk meer spannend vond dan beangstigend, omdat ze niet wist wat oorlog was en hoe erg het is. Als het alarm ging, renden ze naar de schuilkelder met een koffer. Daar zat een noodvoorraad eten in. Ze zaten daar nooit meer dan een uur, dus best wel kort duurden die bombardementen. Je mocht net als in Nederland geen radio luisteren. Dat was verboden en illegaal. Als je betrapt werd, moest je naar een kamp waar je gemarteld werd.
De oom van de moeder van mevrouw Gelink werd in zo’n gestopt. Hij was nooit meer dezelfde. Er was geen grote hongersnood in Indiё. De rijst werd duurder, maar de vrouwen deelden hun recepten uit. Zo dachten ze terug aan de tijd voor de oorlog en aan wat ze na de oorlog allemaal weer wilden eten.

Glenn schreef:

De oorlog in Indonesiё duurde 3 jaar. Het land werd bezet door de Japanners. Ze werden toen ook wel de Jappen genoemd. In die tijd konden kinderen niet naar school. De ouderen konden niet werken, want de scholen, kantoren en bedrijven waren allemaal dicht. De kinderen hadden niks te doen.
Er kwamen vaak vliegtuigen van de vijand over gevlogen die bommen wilden werpen. Daarom moest elke avond alles verduisterd worden, zodat de vijand niet kon zien waar er mensen woonden. Telkens dal die over kwamen vliegen, ging het alarm af en moesten de mensen naar de schuilkelders. Daar zaten ze dan tot het 2e alarm af ging. Dan wisten ze dat het weer veilig was en konden ze weer naar de huizen terug.
Veel kinderen beseften niet dat het oorlog was. Ze waren ook niet echt bang. Telkens als de mensen in de schuilkelders moesten vluchten, moesten ze een rubbertje in hun mond doen, zodat hun tanden niet op elkaar zouden klappen door de trillingen van de bommen die werden gelost. Er mocht niet naar de radio worden geluisterd. Als je Japanners daar achter kwamen, was het met je gedaan. Daar werd je heel erg voor gestraft.

Elise schreef:

De moeder van mevrouw Gelink kwam ons vertellen over de oorlog die zij mee had gemaakt. Dat was de oorlog in Nederlands Indiё. De oorlog duurde van 1942 tot 1945. Ze vertelde dat ze toen 14 jaar was. Ze kon ook niet meer naar school, maar mevrouw Gelink gaf stiekem les aan andere kinderen.
Voor de oorlog hadden ze bedienden, maar toen de oorlog echt begon, gingen die weg. Gelukkig hadden ze al de schuilkelder gemaakt. In de schuilkelder zaten ze altijd als de sirene af ging. Ze mochten er weer uit als de 2e sirene af ging, want dat was het teken dat het weer veilig was.
Mevrouw Gelink vertelde ook dat ze altijd een koffertje meenamen met allemaal lekkere dingen erin. Dat was ook een van de redenen dat ze het niet erg vond om naar de schuilkelder te gaan. Ze speelden altijd gezellige spelletjes of ze waren een boek aan het lezen. Ze hoefden haast nooit in de kelder te slapen.
De meeste mensen denken dat de schuilkelder van beton en/of ijzer was gemaakt, maar het was eigenlijk gewoon een gat in de grond, afgedekt met bamboe en bladeren van de bananenboom. Voor veel mensen was het een beangstigende tijd, maar voor sommigen ook niet, want niet iedereen bevatte echt wat er aan de hand was.
De oom van mevrouw Gelink was een reparateur van radio’s, maar de Japanners dachten dat hij naar de buitenlandse zender luisterde. Hij werd gearresteerd en mishandeld. Na een lange tijd kwam hij terug, maar hij werd nooit meer zoals hij was. Hij had heel veel pijn en heeft er altijd last van gehad. Ze werden nog veel meer mensen opgepakt en mishandeld. Voor veel mensen was het helemaal geen fijne tijd.
We moeten blij zijn dat wij in deze tijd geen oorlog hebben in ons land. Hopelijk blijft dat ook zo!

 

Met dank aan mw. C. Gelink en mw. M. Gelink (mentor 1A)


Terug

François Vatelschool | Granaathorst 20 | 2592 TD Den Haag | tel.: 070 - 344 00 00 | e-mail: info@vatel.nl
Ontwerp en realisatie SchoolMaster BV